pissen

to pee

Forms you will meet

  • gepist
  • pissen

Past tenses

Simple past (imperfectum)
piste
Past participle (perfectum)
gepist
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “En dan ga ik morgen pissen in Luxemburg en mijn handen wassen in Polen.”From this video →
  • “In die show komt Matthijs van Nieuwkerk naar jouw flat toe en dan moet jij raden in welke lift hij heeft gepist.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word