pareren
to deflect
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- pareerde
- Past participle (perfectum)
- gepareerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Onderzoek wees eerder op betrokkenheid van MBS, maar Trump pareerde vragen en stelde dat de kroonprins niets wist.”From this article →
- “Room pareerde al vroeg een uitbraak van Enner Valencia en bleef daarna betrouwbaar.”From this article →
Save this word and practise it later.