overbruggen

to bridge, to cover or bridge

Meaning

  • to bridge
  • to cover or bridge

Past tenses

Simple past (imperfectum)
overbrugde
Past participle (perfectum)
overbrugd
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Dus wij gingen veel van Amsterdam naar het oosten en ik reed en ik kon die afstand niet overbruggen zonder in slaap te vallen.”From this video →
  • “Volgens Clingendael-expert Erik Stijnman kan dat met drones die duizenden kilometers overbruggen of vanaf koopvaardijschepen worden gelanceerd.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word