de oudere
elderly person, elderly people, older people, older person
de or het?
deMeaning
- elderly person
- elderly people
- older people
- older person
In a real sentence
- “Het kabinet geeft de komende jaren 420 miljoen euro extra voor nieuwe huizen voor ouderen.”From this article →
- “Let op ouderen, kinderen en zieke mensen.”From this article →
- “Extra aandacht is nodig voor ouderen, kinderen en mensen die langdurig ziek zijn.”From this article →
Save this word and practise it later.