opzetten
to put up, to set up, to surge, to launch, to put on
Forms you will meet
- is opgezet
- komen opzetten
- opgezet
- opgezette
- opzetten
- zet de aanval op
- zet op
- zette op
- zetten maskers op
- zetten op
Meaning
- to put up
- to set up
- to surge
- to launch
- to put on
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zette op
- Past participle (perfectum)
- opgezet
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Want wat nou als ze er dingen opzetten die je helemaal niet fijn vind en niet wil?”From this video →
- “Het fonds is opgezet door de Europese Commissie samen met institutionele beleggers.”From this article →
- “Daar zetten ze het op een grote draagconstructie.”From this article →
Save this word and practice it later.