
de opvarende
passenger, person on board, crew member, people on board
de or het?
deForms you will meet
- opvarende
- opvarenden
Meaning
- passenger
- person on board
- crew member
- people on board
In a real sentence
- “In totaal overleefden 43 opvarenden de ramp”From this article →
- “In totaal hebben 43 opvarenden het overleefd.”From this article →
- “Voor de noordkust van Cyprus is kort na vertrek uit Girne een passagiersschip met meer dan 250 opvarenden gekapseisd.”From this article →
Save this word and practice it later.