opvangen
to take in, to receive, to shelter, to accommodate, to cover
Forms you will meet
- op te vangen
- opgevangen
- opvangen
- opvangplekken
- vangen op
- vangt op
- werden opgevangen
- worden opgevangen
Meaning
- to take in
- to receive
- to shelter
- to accommodate
- to cover
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ving op
- Past participle (perfectum)
- opgevangen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “zij worden vaak lange tijd opgevangen op plekken waar ze het niet goed hebben”From this video →
- “Wie in Ter Apel komt om asiel aan te vragen wordt hier ook opgevangen.”From this video →
- “In Nederland moet elke gemeente asielzoekers opvangen.”From this video →
Save this word and practise it later.