opstrijken

to pocket

Past tenses

Simple past (imperfectum)
streek op
Past participle (perfectum)
opgestreken
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “De groep streek ruim 100 miljoen euro per maand op en telde circa 700 werknemers in ongeveer 20 kantoren.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word