opstaan

to get up

Past tenses

Simple past (imperfectum)
stond op
Past participle (perfectum)
opgestaan
Auxiliary
zijn

In a real sentence

  • “Kort daarna zakt de maan onder de horizon, dus je moet vroeg opstaan of laat opblijven.”From this article →
  • “Kinderen in het noorden van Nederland moesten vanmorgen weer vroeg opstaan.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word