opsplitsen

to split up

Forms you will meet

  • opgesplitst
  • opsplitsen

Past tenses

Simple past (imperfectum)
splitste op
Past participle (perfectum)
opgesplitst
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “De rechter kan nu een boete opleggen of het bedrijf opsplitsen, wat lagere prijzen kan geven.”From this article →
  • “Nu blijkt dat de groep niet meer bestaat het is opgesplitst in twee kleinere groepen.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word