opkomen
to stand up for, rising, to come up
Also used as: adjective
Forms you will meet
- opkomen
- opkomen voor
Meaning
- to stand up for
- rising
- to come up
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kwam op
- Past participle (perfectum)
- opgekomen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Tijdens de Pride gaat het dus om vieren wie je bent en ook om het opkomen voor je rechten.”From this video →
- “Op Catanduanes kwam iemand om door plots opkomend water;”From this article →
- “Maar vaak zijn er ook kleinere lokale partijen die opkomen voor hoe alleen hun eigen dorp of stad wordt bestuurd.”From this video →
Save this word and practise it later.