opdoen
to gain, to acquire
Meaning
- to gain
- to acquire
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- deed op
- Past participle (perfectum)
- opgedaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “NASA wil daar kennis opdoen over de maan en over kosmische straling, maar sommige onderzoekers twijfelen.”From this article →
- “ervarings en trainingsuren kunnen opdoen”From this video →
Save this word and practise it later.