opdelen

to divide up, to divide

Meaning

  • to divide up
  • to divide

Past tenses

Simple past (imperfectum)
deelde op
Past participle (perfectum)
opgedeeld
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Ik zie een stelletje beschaafde Egyptenaren die verloren zijn zolang hun dag nog niet in kleine stukjes is opgedeeld.”From this video →
  • “Daarvoor is Nederland opgedeeld in drie delen.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word