oordelen
to judge, to rule, ruled
Forms you will meet
- oordeelde
- oordeelt
- oordelen
Meaning
- to judge
- to rule
- ruled
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- oordeelde
- Past participle (perfectum)
- geoordeeld
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “In 2024 oordeelde een rechter dat bewoners te weinig bescherming kregen.”From this article →
- “Drie weken geleden oordeelde een rechter die actie maatschappelijk onacceptabel en disproportioneel.”From this article →
- “Nou, dat je niet te snel moet oordelen over iemand die een eh klein foutje maakt.”From this video →
Save this word and practice it later.