
ontbreken
to be missing, to be lacking, to be absent, is missing, is absent
Also used as: adjective
Forms you will meet
- ontbrak
- ontbraken
- ontbreekt
- ontbreken
- ontbrekende
Meaning
- to be missing
- to be lacking
- to be absent
- is missing
- is absent
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ontbrak
- Past participle (perfectum)
- ontbroken
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Vaak ontbreken gegevens over stroom en water.”From this article →
- “De studie is beperkt, door donorselectie en het ontbreken van stoffen zoals TFA.”From this article →
- “Pogacar, titelhouder van 2023, ontbreekt door een Vuelta-val, waardoor Evenepoel vooraf favoriet is.”From this article →
Save this word and practice it later.