ontbreken
to be missing, to be lacking, to be absent, is missing, are missing
Also used as: adjective
Forms you will meet
- ontbrak
- ontbraken
- ontbreekt
- ontbreken
- ontbrekende
Meaning
- to be missing
- to be lacking
- to be absent
- is missing
- are missing
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ontbrak
- Past participle (perfectum)
- ontbroken
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Justitie stelt dat circa 7 miljoen euro aan klanttegoeden ontbreekt en dat ongeveer 30.000 gebruikers al meer dan een maand niet kunnen inloggen.”From this article →
- “Democraten blokkeerden eerder de begroting, omdat verlenging van de zorgverzekering voor 24 miljoen mensen ontbrak.”From this article →
- “Leveringstermijnen blijven onduidelijk, omdat er nog geen concreet verkoopplan is en de financiering ontbreekt.”From this article →
Save this word and practise it later.