de onenigheid
disagreement
de or het?
deIn a real sentence
- “Bijna een week na de Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran is er veel onenigheid.”From this article →
- “Er was ook onenigheid over de Westelijke Jordaanoever.”From this article →
- “De breuk komt na onenigheid over inzet van AI voor massale surveillance en volledig autonome wapens.”From this article →
Save this word and practise it later.