
onderhandelen
to negotiate, negotiation
Also used as: noun
Forms you will meet
- aan het onderhandelen
- onderhandelaars
- onderhandeld
- onderhandelden
- onderhandelen
- onderhandelingen
- onderhandelt
Meaning
- to negotiate
- negotiation
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- onderhandelde
- Past participle (perfectum)
- onderhandeld
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Dan moeten de kopen en de verkopen samen gaan onderhandelen.”From this video →
- “Tijdens dit debat draait het allemaal om meningen geven en onderhandelen.”From this video →
- “De onderhandelaars waren doodmoe en nu begint het onderhandelen met de oppositie pas”From this video →
Save this word and practice it later.