omringen
to surround, surrounded
Also used as: adjective
Forms you will meet
- omringd
- omringende
Meaning
- to surround
- surrounded
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- omringde
- Past participle (perfectum)
- omringd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “is vandaag op 50-jarige leeftijd overleden in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, omringd door haar geliefden.”From this article →
- “Ze overleed in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, omringd door haar naasten.”From this article →
- “Omringende woningen en een verzorgingstehuis voor ouderen en mensen met een beperking liepen schade op.”From this article →
Save this word and practice it later.