oefenen
to practice, to train
Forms you will meet
- geoefend
- oefenden
- oefenen
- oefening
- oefent
Meaning
- to practice
- to train
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- oefende
- Past participle (perfectum)
- geoefend
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De paarden komen om te oefenen voor de koetsen van prinsjesdag omdat er gaat dan morgen getoeterd worden.”From this video →
- “Er moet nog heel wat geoefend worden, want het gaat nog niet altijd soepel.”From this video →
- “Heel veel mensen zijn daar letterlijk Japanners die elke dag oefenen, elke nacht oefenen.”From this video →
Save this word and practice it later.