
neerschieten
to shoot, to shoot down, shooting down, to be shot, the shooting down
Also used as: noun
Forms you will meet
- neergeschoten
- neerschiet
- neerschieten
- neerschoot
- schiet neer
- schieten neer
- schoot neer
- schoten neer
Meaning
- to shoot
- to shoot down
- shooting down
- to be shot
- the shooting down
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- schoot neer
- Past participle (perfectum)
- neergeschoten
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “In Nijmegen is gisteravond rond 22.00 uur een jonge man neergeschoten op de Graafseweg.”From this article →
- “Activisten zeggen dat vorige week twee vaders door ICE zijn neergeschoten.”From this article →
- “Er zijn ook berichten dat twee vaders deze week zijn neergeschoten.”From this article →
Save this word and practice it later.