
neerregenen
to rain down
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- regende neer
- Past participle (perfectum)
- neergeregend
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Verdampen, weer neerregenen, opgezogen worden door een komkommer.”From this video →
- “verdampen, weer neerregenen, opgezogen worden door een komkommer”From this video →
Save this word and practice it later.