nalopen
to check
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- liep na
- Past participle (perfectum)
- nagelopen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Herstel kost tijd, teams lopen hele baanvakken na en bewaren zoveel mogelijk bewijs.”From this article →
- “Haar ministerie van Vrouwenzaken moet de wetten per staat nalopen.”From this article →
Save this word and practice it later.