meten
to measure
Forms you will meet
- gemeten
- meet
- meten
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- mat
- Past participle (perfectum)
- gemeten
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Het luchtschip meet hoe schoon of vies de lucht is.”From this article →
- “Ze meten uitlaatgassen, fijnstof en CO2 met speciale apparaten.”From this article →
- “De onderzoekers meten de leeftijd van het bot.”From this article →
Save this word and practise it later.