meenemen
to take away, to take along, to take, to bring, to take with them
Forms you will meet
- mee te nemen
- meegenomen
- meenemen
- nam het mee
- nam mee
- neem mee
- neemt het mee
- neemt mee
- nemen hem mee
- nemen mee
Meaning
- to take away
- to take along
- to take
- to bring
- to take with them
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- nam mee
- Past participle (perfectum)
- meegenomen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- βZij praat in een video tegen mensen die haar moeder meenemen.βFrom this article β
- βπ Oranje hockeysters nemen zussen Guusje en Freeke Moes mee naar WK in eigen landβFrom this article β
- βDat heeft te maken met schepen die minder kunnen meenemen.βFrom this video β
Save this word and practise it later.