meemaken
to experience
Forms you will meet
- maak je niet altijd mee
- maak mee
- maakte mee
- maakten mee
- maken mee
- mee te maken
- meegemaakt
- meemaakt
- meemaakte
- meemaken
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- maakte mee
- Past participle (perfectum)
- meegemaakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Hoeveel jongeren zoiets meemaken, is moeilijk te zeggen.”From this video →
- “Maar toch betalen toeristen hoge prijzen om het hier mee te maken.”From this video →
- “De kinderen hier hebben allemaal verschrikkelijke dingen gezien of meegemaakt.”From this video →
Save this word and practise it later.