logeren
to stay overnight
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- logeerde
- Past participle (perfectum)
- gelogeerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “we gaan op school slapen en we zijn nu aan het barbecueen en eh na barbecueen gaan we bowen”From this video →
- “Het driegangendiner liep uit, waarna het koningspaar bleef logeren”From this article →
- “De andere kinderen die kunnen misschien logeren bij de familie eh of op vakantie gaan in Nederland of buiten Nederland.”From this video →
Save this word and practise it later.