lenen
to borrow, to lend
Forms you will meet
- geleend
- leent
- lenen
Meaning
- to borrow
- to lend
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- leende
- Past participle (perfectum)
- geleend
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Nederland leent veel geld, dus een kleine stijging kost al veel.”From this article →
- “De stichting Bij Annie Thuis zegt dat een onbekende gever geld leent.”From this article →
- “Ajax leent de Nigeriaanse spits Tolu Arokodare van Wolverhampton.”From this article →
Save this word and practice it later.