de leerling
pupil
de or het?
deForms you will meet
- leerling
- leerlingen
In a real sentence
- “Leerlingen van verschillende basisscholen in Den Bosch doen vandaag de baggerloop.”From this video →
- “Leerlingen klagen over nieuwe Magister-app, komen te laat”From this article →
- “In Nederland doen 6.600 leerlingen van 177 scholen mee.”From this article →
Save this word and practice it later.