kruisen
to cross
Forms you will meet
- gekruist
- kruisen
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kruiste
- Past participle (perfectum)
- gekruist
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “90 toestellen kruisen de middellijn en vliegen de ADIZ in.”From this article →
- “Twee drones vlogen vanuit Rusland Letland binnen en stortten neer in het oosten, waardoor ook NAVO-luchtruim werd gekruist”From this article →
Save this word and practise it later.