de koopkracht

purchasing power

de or het?

de

In a real sentence

  • “Er ligt een begrotingsakkoord met 1,5 miljard euro voor koopkracht en forse investeringen in defensie.”From this article →
  • “Er staat 1,5 miljard euro voor koopkracht in, en er zijn miljarden voor defensie, maar de vraag is hoe dat wordt betaald.”From this article →
  • “In het plan staat 1,5 miljard euro voor koopkracht.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word