knagen
to gnaw, to gnaw through
Meaning
- to gnaw
- to gnaw through
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- knaagde
- Past participle (perfectum)
- geknaagd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De muizen knagen aan kabels en slangen van machines.”From this article →
- “omdat muizen kabels en slangen stuk knagen”From this article →
Save this word and practise it later.