kalmeren
to calm down, to calm
Meaning
- to calm down
- to calm
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- kalmeerde
- Past participle (perfectum)
- gekalmeerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “maar na overleg besluiten beide landen juist te kalmeren.”From this article →
- “Starmer sprak vanochtend om de partij te kalmeren, maar de roep om zijn vertrek groeit.”From this article →
Save this word and practice it later.