kaatsen

to bounce, Frisian ball game, kaatsen, Frisian handball

Also used as: noun

Forms you will meet

  • kaats
  • kaatsen
  • kaatst

Meaning

  • to bounce
  • Frisian ball game
  • kaatsen
  • Frisian handball

Past tenses

Simple past (imperfectum)
kaatste
Past participle (perfectum)
gekaatst
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Die eh weer kaatst dan naar deze tweede kleinere spiegel.”From this video →
  • “Kaatsen speel je met een team en je probeert de bal zo te slaan dat de tegenstander niet terug kan slaan.”From this video →
  • “Zoals kaatsen, waarbij je een kleine bal met de hand moet slaan.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word