jokken

to lie

Past tenses

Simple past (imperfectum)
jokte
Past participle (perfectum)
gejokt
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “We zijn altijd eerlijk en we jokken niet.”From this video →
  • “De tweede les bij Tawando is bijvoorbeeld die van de integriteit. We zijn altijd eerlijk en we jokken niet.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word