het huishouden
household
de or het?
hetIn a real sentence
- “In Nederland hebben ruim 500.000 huishoudens moeite met de energierekening.”From this article →
- “Heel veel huishoudens helpen bij problemen met het stroomnet”From this article →
- “Huishoudens met een nieuw of variabel energiecontract voelen dit het meest”From this article →
Save this word and practice it later.