de huishouden
household
de or het?
deIn a real sentence
- “Huishoudens met een nieuw of variabel energiecontract betalen meer.”From this article →
- “Huishoudens met een nieuw of variabel energiecontract voelen dit het meest”From this article →
- “Heel veel huishoudens helpen bij problemen met het stroomnet”From this article →
Save this word and practise it later.