de hoogleraar
professor
de or het?
deIn a real sentence
- “Hoogleraar Niels Eijkelkamp zegt dat veelbelovende ideeën dan stilvallen en dat eerder publiek geld voor niets is geweest.”From this article →
- “Volgens hoogleraar Osinga moeten troepen dichtbij zijn en kunnen landen.”From this article →
- “Iets van Gerda Froentjes is hoogleraar... staatsrecht in Waddinxveen of zo.”From this video →
Save this word and practise it later.