gereedstaan
to be ready
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- stond gereed
- Past participle (perfectum)
- gereedgestaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Buitenlandse Zaken bevestigt dat het toestel naar Eindhoven gereedstaat.”From this article →
Save this word and practise it later.