genezen
to cure, to recover, to heal
Forms you will meet
- geneest
- genezen
- genezend
- genezende
Meaning
- to cure
- to recover
- to heal
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- genas
- Past participle (perfectum)
- genezen
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “voor hersenstamkanker is geen genezende behandeling.”From this article →
- “radiotherapie met chemotherapie vaak genezend werkt bij endeldarmkanker en de endeldarm kan sparen”From this article →
- “Hij geneest van een vorm van bloedkanker.”From this article →
Save this word and practice it later.