genezen
to heal, to recover
Forms you will meet
- geneest
- genezen
Meaning
- to heal
- to recover
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- genas
- Past participle (perfectum)
- genezen
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “gelukkig eh is een sleutelbeen wel snel eh genezen.”From this video →
- “Gelukkig zijn er ook mensen die genezen van de ziekte”From this video →
- “Hij geneest van een vorm van bloedkanker.”From this article →
Save this word and practise it later.