etteren
to fester, to pester
Meaning
- to fester
- to pester
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- etterde
- Past participle (perfectum)
- geëtterd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Want dit gaat nog wel door etteren tot de kerst.”From this video →
- “Die zat achter mij en die was gewoon aan het etteren en om me heen trok hij zo.”From this video →
Save this word and practice it later.