eens
in agreement, once
Also used as: adverb
Meaning
- in agreement
- once
In a real sentence
- “De Omroep was het niet eens met dat Israël ook meedoet aan het liedjesfestival.”From this video →
- “De clubs zijn het eens over 24 miljoen euro, met bonussen tot 27 miljoen”From this article →
- “een hittegolf die vroeger eens per 10 jaar was nu eens per 3 jaar voor”From this article →
Save this word and practice it later.