eens
once, in agreement
Also used as: adjective
Meaning
- once
- in agreement
In a real sentence
- “een hittegolf die vroeger eens per 10 jaar was nu eens per 3 jaar voor”From this article →
- “De clubs zijn het eens over 24 miljoen euro, met bonussen tot 27 miljoen”From this article →
Save this word and practise it later.