de echtgenoot

husband

de or het?

de

In a real sentence

  • “Ze ligt naast haar echtgenoot Carl Dean, met wie ze bijna 60 jaar getrouwd was.”From this article →
  • “Ze noemden hem een vechtsporter, acteur en 'symbool van kracht', maar ook een toegewijde echtgenoot en vader.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word