dopen

to name, to christen, to baptize

Forms you will meet

  • doopen
  • doopt
  • doopten
  • gedoopt

Meaning

  • to name
  • to christen
  • to baptize

Past tenses

Simple past (imperfectum)
doopte
Past participle (perfectum)
gedoopt
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Bewoners doopten hem Bukangi en hij werd een echte publiekstrekker.”From this article →
  • “Het 60 meter lange schip is het levenswerk van scheepsbouwer Willem Vos, gestart in 1985 en gedoopt in 1995 door koningin Beatrix.”From this article →
  • “In 1995 doopt koningin Beatrix de reconstructie.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word