doorrijden
to continue driving
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- doorreed
- Past participle (perfectum)
- doorreden
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De niet-beschadigde rijtuigen konden enkele uren later doorrijden naar Tsjop in West-Oekraïne,”From this article →
Save this word and practise it later.