doorgaan
to take place, to go through, to continue, to proceed, to count
Forms you will meet
- door te gaan
- door te laten gaan
- doorgaan
- doorgaat
- doorgegaan
- gaan door
- gaan niet door
- gaat door
- gaat eerst niet door
- gaat niet door
- gaat nu niet door
- niet doorgaat
Meaning
- to take place
- to go through
- to continue
- to proceed
- to count
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ging door
- Past participle (perfectum)
- doorgegaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “✈️ Staking bij Lufthansa: veel vluchten gaan niet door”From this article →
- “Kaapverdië gaat door op het WK, nu tegen Argentinië”From this article →
- “Israël zegt: 99 procent van de hulp gaat door.”From this article →
Save this word and practise it later.