
demonteren
to dismantle
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- demonteerde
- Past participle (perfectum)
- gedemonteerd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De Nederlandse hockeysters demonteerden Japan op het WK in Amstelveen met 9-0, in een opnieuw uitverkocht Wagener Stadion.”From this article →
Save this word and practise it later.