
dalen
to decrease, to descend, to fall, descending, the descent
Also used as: noun
Forms you will meet
- daalde
- daalden
- daalt
- dalen
- dalende
- daling
- gedaald
Meaning
- to decrease
- to descend
- to fall
- descending
- the descent
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- daalde
- Past participle (perfectum)
- gedaald
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “Levensmiddelen dalen al twee maanden licht in prijs, maar aanhoudend hoge energie kan dit snel keren”From this article →
- “Vergeleken met 2016 en 2017 ligt het aandeel boven de grens lager, en ook de concentraties daalden.”From this article →
- “Na ruim drie uur daalde Starship gecontroleerd en landde het rechtop in de Stille Oceaan, waarna het ontplofte.”From this article →
Save this word and practice it later.