de buurtbewoner
local resident, resident, neighbour
de or het?
deMeaning
- local resident
- resident
- neighbour
In a real sentence
- “Artsen en buurtbewoners zeggen dat een groep met steun uit Israël de school aanvalt om mensen mee te nemen.”From this article →
- “Buurtbewoners doen vijf uur lang ramen en deuren dicht.”From this article →
- “Zo proberen ze iets te doen aan het gevoel van buurtbewoners.”From this video →
Save this word and practise it later.