de buurtbewoner
neighborhood resident, neighbor, local resident, neighbour, resident
de or het?
deMeaning
- neighborhood resident
- neighbor
- local resident
- neighbour
- resident
In a real sentence
- “Buurtbewoners reageren boos en vinden dat de politie hem onwel maakte.”From this article →
- “Buurtbewoners zijn boos en zeggen dat de politie hem onwel maakt.”From this article →
- “Bij één hebben de buurtbewoners geholpen en de andere werd op het park teruggevonden.”From this video →
Save this word and practice it later.