broeden
to breed
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- broedde
- Past participle (perfectum)
- gebroed
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Vorig jaar hebben zeearenden op 45 plekken gebroed.”From this video →
Save this word and practise it later.
to breed
Save this word and practise it later.