de bouwer
builder
de or het?
deForms you will meet
- bouwer
- bouwers
In a real sentence
- “Duitsland kiest nu voor tot acht F128-fregatten bij een andere bouwer.”From this article →
- “Bouwers en woningcorporaties vragen dit geld aan in vier jaar.”From this article →
Save this word and practise it later.