bouwen
to build
Forms you will meet
- bouwen
- bouwt
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- bouwde
- Past participle (perfectum)
- gebouwd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Daarom zegt coach Yoga ook dat de Indonesische regering meer gymzalen moet bouwen, zodat alle kinderen [gejuich] goed in kan [geschreeuw] worden.”From this video →
- “Frankrijk bouwt een nieuw groot oorlogsschip.”From this article →
Save this word and practice it later.